project: Punto de Encuentro
opdrachtgever: TU Delft
locatie: Rotterdam
soort project: stedebouw, utiliteitsbouw
status: voorstudie
jaar: 2002 >>

De afgelopen jaren is er een toenemend besef gekomen dat de Boompjes – het eeuwenoude rivierfront van Rotterdam – een belangrijke positie inneemt in de openbare ruimte van de Waterstad. De huidige gefragmenteerde aanpak van deze plek doet echter geen recht aan de uitzonderlijke ruimtelijke en programmatische potenties. Dat is de belangrijkste reden om een project op te pakken dat de Boompjes een programmatische impuls gaat geven en een sterke relatie legt met de openbare ruimte. Een cultureel centrum heeft de capaciteit hiervoor maatwerk te leveren.
De Boompjes kent een sterk lineaire verdeling, waarbij de drukke verkeersader een belangrijke barrière vormt tussen de kade en de stad. Door het gebouw zo in te delen dat het patronen doorbreekt, worden steeds verschillende aspecten van het programma of de locatie onthuld en worden voorbijgangers uitgenodigd om de kade te ontdekken. Alle gebouwcomponenten worden als losse massa's vorm gegeven. Ze behouden voldoende afstand tot elkaar om geluidsoverlast te voorkomen, om zichtlijnen open te houden of zelfs om nieuwe programma's in op te nemen. De hoogteverschillen zorgen voor een dynamisch spel van hellingen die de gebouwonderdelen met elkaar verbinden. De overgang van openbare ruimte naar specifiek programma is niet abrupt maar vloeiend, zodat het ontwerp stevig ingebed wordt in de omgeving. De horizontale, betonnen vloeren spelen hier een belangrijke rol. Zij vormen de architectonische basis voor de compositie van de erboven zwevende massa's. Op de kop van het gebouw wordt de ervaring van het gebouw in de omgeving geïntensiveerd. Op het eerste gezicht is het plein het podium voor het stedelijk leven, terwijl het grandcafé de hal is voor het publiek. Op zomeravonden wordt het grote vlak op de kop een projectiescherm, met het gebouw als de achtergrond en het plein als het openlucht auditorium.
In plaats van zich aan te passen aan de lineaire organisatie van de context, reageert het gebouw op de grandeur van het waterfront en weerspiegelt het de dynamiek van de stad aan de Maas. Het ontwerp laat ook vrijheid aan de bezoekers subjectieve interpretatie: mediterrane dorpjes, flaneren, lang vervlogen tijden van havenindustrie of misschien een abstractie van de boompjes.